1. Wegrijden met het schijfslot er nog op

Het bekende “ik hoor wel iets kraken”… en voor u het doorheeft een stilstaande motor (of naast u op de grond) en een verbogen remschijf.

2. Motor om laten vallen bij het stoplicht

Evenwicht kwijt, voet op een glad stukje wegdek of net iets te schuin gestaan. En dan die blik van omstanders… heerlijk gênant.

3. De standaard vertrouwen op een zachte ondergrond

Grasveldje, ‘’harde’ aarde of grind. Uw motor zakt langzaam weg en ploep — daar gaat ‘ie. Altijd precies als iemand kijkt.

4. De dodemansknop (kill switch)

Motor start niet, frustratie, stress… en dan ontdekt u dat de dodemansknop nog om stond. Eén klik en alles doet het weer. Klassiekertje.

5. Met uw helm nog los (of bandje open) wegrijden

U voelt “iets” klapperen, denkt dat het de wind is… tot u bij de eerste rotonde beseft dat uw helm bijna zelfstandig op avontuur gaat.

6. In de verkeerde versnelling vertrekken

U wilt netjes wegrijden, maar het wordt óf een slakkentempo met veel protestgeluiden óf een onverwachte sprint alsof u meedoet aan een wedstrijd.

7. Motorpapieren of oordoppen in een andere motorjas

U heeft meerdere setjes motorkleding en u bent vergeten uw motorpapieren of oordoppen in uw nieuwe jas te doen.

8. Knipperlicht vergeten uit te doen

Niet iedereen heeft zo’n luxe motor waarbij het knipperlicht vanzelf uit gaat; u herkent de geïrriteerde blik van een medeweggebruiker misschien wel, omdat hij denkt dat u wilt afslaan.